Schippers die schepen van 25 tot 40 meter lengte varen moeten sinds 1 juli 2009 een Beperkt Groot Vaarbewijs hebben. Hiervoor moeten zij 3 jaar vaartijd aantonen, bijvoorbeeld door een verklaring van een werkgever.
Nieuw vaarbewijs voor de pleziervaart
Veel schippers van pleziervaartuigen kunnen die vaartijd niet aantonen. Daarom is er voor de pleziervaart een nieuw vaarbewijs, het Groot Pleziervaartbewijs. Schippers van pleziervaartuigen kunnen dat vaarbewijs halen door het examen
CWO Groot Motorschip te doen bij Vamex.
Met het Groot Pleziervaartbewijs mag iemand niet bedrijfsmatig varen. Het vaarbewijs is gekoppeld aan het Klein Vaarbewijs en even lang geldig (tot de leeftijd van 70 jaar en daarna iedere 5 jaar verlengen).Overgangsregeling
Schippers met een Klein Vaarbewijs dat is afgegeven voor 1 juli 2009, kunnen deze nog 2 jaar gebruiken als Groot Pleziervaartbewijs. Vanaf 1 juli 2011 moet iedere schipper van een pleziervaartuig van 25 meter of groter beschikken over een geldig Groot Pleziervaartbewijs.- Schippers die vóór 1 juli 2009 al een pleziervaartuig van 25 meter of groter voeren, kunnen in sommige gevallen worden vrijgesteld voor het examen voor het Groot Pleziervaartbewijs. Daarbij gaat het onder meer om vrijstellingen voor eigenaren die vóór 1 juli 2009 in het bezit waren van een schip van 25 meter of groter en een Klein Vaarbewijs hadden.
De exacte voorwaarden voor deze vrijstelling zijn te vinden op de website van de
stichting Vaarbewijs- en Marifoonexamens (Vamex). Deze organisatie behandelt ook de
aanvragen vrijstellingen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten